Museum Arnhem: de horeca heeft gewonnen, het museum lijkt verloren

Museum Arnhem, november 2022. Foto Esther Doornbusch, interieur, Lucy Sarneel, halssieraad
Museum Arnhem, november 2022. Foto Esther Doornbusch, interieur
Museum Arnhem, november 2022. Foto Esther Doornbusch, CC BY 4.0

In het voor 23 miljoen euro verbouwde en vernieuwde Museum Arnhem worden veel sieraden gepresenteerd, door alle zalen heen in een -wat heet- geïntegreerde opstelling. Dat is fijn! Ook is de ring te zien die spoken word artist Amanda Gorman (1998) droeg tijdens de inauguratie van de zesenveertigste president van de Verenigde Staten. Een ander exemplaar weliswaar, maar toch. Traditionele kunsthistorische gebruiken als het maken van tentoonstellingen of presentaties rondom objectsoorten als kleding, keramiek, beeldhouwwerken of schilderijen zijn achterwege gelaten. Dat is op zich verfrissend. Maar is het vernieuwde Museum Arnhem echt een verbetering?

Het museum als partycentrum
Het is een treurig fenomeen dat musea zich steeds meer genoodzaakt zien zich als partycentrum te presenteren. Helaas is het nodig met een overheid die zich onmenselijk en schijtbenauwd toont ten opzichte van culturen van buiten Europa en tegelijkertijd evenmin een cent over heeft voor “eigen” cultuur. De giftige echo van Hugo de Jonge (1977) een dvd’tje opzetten galmt nog immer na. Musea kortom moeten eigen inkomsten genereren, daar kan Museum Arnhem ook niets aan doen.

Café Pierre
Na de entree van het vernieuwde museum belandt de bezoeker direct in de koepel van de voormalige herensociëteit die dienst doet als café-restaurant en museumwinkel. Het ziet er gelikt uit. Ook mensen die het museum niet bezoeken kunnen neerstrijken in Café Pierre, vernoemd naar voormalig directeur en televisiepersoonlijkheid Pierre Jansen (1926-2007).

Links laten liggen
De vier zalen aan de oostzijde van Café Pierre kan de kunstliefhebber letterlijk gerust links laten liggen. De zalen met uitvergrote reproducties uit de eigen collectie houden het midden tussen een educatieve ruimte en een kinderopvang waar stickers op de muren mogen worden geplakt. Dat musea zich op zaal bedienen van reproducties van stukken uit de eigen collectie is sowieso al van lotje getikt. Is dit bedoeld voor museumliefhebbers? Welke doelgroep hadden de inrichters in gedachten? In het midden staat een tafel, gelijk een inpaktafel, met rollen met stickers die de bezoeker bij de eerdergenoemde reproducties mag plakken. Likes en smileys, serieus?

Knikkeren in het museum
Ook is er een zaal waar houten knikkers in buizen kunnen worden gegooid om aan te geven wat de bezoeker bij een volgend bezoek het liefste zou willen zien. Waarom steeds meer musea ruimte maken voor dit soort infantiele zogenaamde interactieve activiteiten is mij een raadsel. Waarom in hemelsnaam kostbare beveiligde en geklimatiseerde zalen opofferen aan spelletjes die evengoed kunnen plaatsvinden in een sporthal of ergens op een bedrijventerrein?

L’histoire se repète
De zalen ten westen van de horeca geven meer ruimte aan de kunsten, maar konden mij als geregeld museumbezoeker evenmin in vervoering brengen. Kleine zalen zijn nog kleiner gemaakt door er diagonale wanden in te plaatsen. Heeft het Stedelijk de nodeloos kostbare ingrepen met schotten van Rem Koolhaas (1944) na nog geen vijf jaar recent gerestyled, komt Museum Arnhem met een goedkoop ogende variant op de proppen: wanden met vele verticale naden en daarbovenop balken. Alsof een boerenschuur is ingericht als tentoonstellingsruimte. Pijnlijk. Kunst heeft ruimte nodig. Wil je van een afstandje Raquel Maulwurf tot je nemen loop je na nog geen twee stappen een raaf van Ted Noten in een vitrine omver. Dat nog los van de onhandigheid dat mensen rug aan rug staan te kijken en er zo geen andere bezoeker meer langs kan. Hoe kan een museum tijdens een pandemie zo’n krappe route creëren? Verbijsterend!

Vragen om ongelukken
De opgehokte kunstwerken zijn lastig te verteren. Maar het is nog erger: sommige schilderijen hangen zo laag dat ze voor staande mensen nauwelijks waarneembaar zijn. Omdat de looproutes te smal zijn wil ik me niet voorstellen wat er allemaal kan gebeuren als er schoolklassen of andere groepen door het museum worden geperst. Een elleboog of knie schampt zo langs een schilderijlijst, of erger. Wie verzint zoiets?

Tenminste houdbaar tot
De openingstentoonstelling Tenminste houdbaar tot doet zijn naam eer aan en is acht maanden lang te zien. Dat is uitzonderlijk lang in het Nederlandse museumlandschap, dus duurzaam, en is alleen daarom al toe te juichen. Er is van alles te zien en te horen in de geïntegreerde opstelling zoals: kostuums, installaties, soundscapes, wandkleden, schilderijen én sieraden; veel sieraden. Bij mijn weten nooit op een dergelijke geïntegreerde wijze vertoond. Of het zou tijdens een van de laatste tentoonstellingen in de Amsterdamse Hermitage moeten zijn geweest: Juwelen! Schitteren aan het Russische hof. Daar speelden sieraden, getuige de tentoonstellingstitel nadrukkelijk de hoofdrol en dat is in Arnhem niet het geval. Ouderwetse kunsthistorische hiërarchieën zijn hier verlaten en dat is verfrissend en broodnodig.

Sieraden
Sieraden worden getoond in staande vitrines en in wandvitrines op verschillende plekken in de tentoonstelling. De vitrines bevatten vaak slechts een of hooguit een drietal sieraden, met uitzondering van de zwarte broches in een witte baklijst van Helen Britton, een bruikleen van de kunstenaar. De zandkleurige glooiende ondergrond of achtergrond in de museumvitrines doet denken aan wandobjecten van Beppe Kessler waarbij doek over een niet vlak oppervlak is gespannen: fraai. Ook de objectsteunen of sokkels voor de sieraden mogen er zijn.

Aanmatigende aannames
In de zaalteksten mallotige aannames: denkt de bezoeker bij het zien van een schilderij van Willem Maris (1844-1910) met een koe in de wei daadwerkelijk aan de recente stikstofprotesten? Aarde wordt consequent met een hoofdletter geschreven, terwijl dat volgens de officiële taalregels niet zo hoort. De zaalteksten proberen de objecten te relateren aan de actualiteit en dat maakt een gekunstelde indruk.

Angst voor stilte
Ook een paar minpunten wat betreft de horeca; de alomtegenwoordige angst voor stilte werd toegedekt met laxerende muzak. Verder is het jammer dat de keuken op zondag pas om 12 uur open gaat. Voor ontbijtende gasten was in dit horecaconcept in het weekend kennelijk geen plaats: een gemiste kans. Even over de grens in Duitsland is er feestelijker gelegenheid voor ontbijtende bezoekers.

Hysterische website
De website van het museum getuigt niet van een duurzame visie. Geheel conform de trend beweegt alles. Met prikkelgevoelige bezoekers wordt totaal geen rekening gehouden. Het is akelig bij het navigeren van alles te zien vergroten, verkleinen of bewegen. Je krijgt zo als bezoeker het gevoel geen controle te hebben. Zoals Janice Deul -weliswaar in een ander verband- beschreef in haar gastcolumn op hedendaagsesieraden.nl: niet alles wat kan hoeft. Stop toch alsjeblieft met al die bewegende beelden op websites. Het vermoeit en irriteert. Websites worden bezocht voor informatie en niet om de laatste mode in de webbouwwereld te verkennen.

Onovertroffen uitzicht
Een van de redenen voor nieuwbouw was meer ruimte te creëren voor de collectie van het museum. Ik vraag me af hoe veel nieuwe museale vierkante meters erbij zijn gekomen. Meer dan 100 zijn het er vast niet geweest. Wat ik het mooiste vind aan het vernieuwde museum? Beetje flauw misschien maar niet minder waar: het uitzicht. Dat is, net als vroeger, onovertroffen. Verder doet het zeer dat de elegante zalen van Frits Eschauzier (1889-1957) zijn gesloopt voor de nieuwbouw van Benthem Crouwel Architecten. Van buiten ziet het er misschien aardig uit, maar van binnen begrijp ik er niets van: waarom zo’n lange gang? Wat een verspilling van ruimte. De verbouwing zal een hoop goeds hebben gebracht voor de huisvesting van museummedewerkers, depots en de logistiek, mag ik hopen, maar voor een trouwe museumbezoeker is er vooral verlies en weinig nieuws.

Gepresenteerde sieraadontwerpers in Tenminste houdbaar tot (selectie)
Caroline Bach
Gijs Bakker
Helen Britton
Conversation Piece
Miriam van Eck
Maria Hees
Idiots
Koen Jacobs
Beppe Kessler
Danielle Koninkx
Luisa Kuschel
Felieke van der Leest
Leomat
Shahar Livne voor Balenciaga
Chequita Nahar
Evert Nijland
Ted Noten
Wiebke Pandikow
Lucy Sarneel
Frank Verkade

Tentoonstelling
2022 – Tenminste houdbaar tot, Museum Arnhem, Arnhem (Nederland) (13 mei 2022 t/m 29 januari 2023)

Links
• Wikidata

Donaties
Deze website heeft geen commercieel doel en is op persoonlijk initiatief, onafhankelijk en geheel op vrijwillige basis met minimale middelen tot stand gekomen. Wilt u dat steunen met een gift? Dat kan! U kunt uw bijdrage overmaken naar: NL27 TRIO 0781 5140 02 ten name van E. Doornbusch te Amsterdam onder vermelding van hedendaagse sieraden, ook kunt u doneren via paypal.me/hedendaagsesieraden. Giften zullen worden aangewend voor onderhoud en verbetering van de website.

Duurzaam verwijzen naar deze pagina? Gebruik dan deze link: Museum Arnhem: de horeca heeft gewonnen, het museum lijkt verloren – Hedendaagse sieraden

3 Comments

  1. Esther maakt vrienden.
    Bedankt Esther voor je scherpe analyse.
    Gelukkig zijn 8 maanden snel voorbij en de lolligheid met stickertjes, smileys en balletjes hoop ik ook.
    Een geintegreerde opstelling is heel fijn maar de krampachtige verpolitiekte thematiek vergalt veel kijk plezier. Er moet een betere manier zijn.

  2. ‘Esther maakt vrienden’ haha inderdaad.
    Ik was veel milder gestemd over THT. Maar ‘krampachtig’ is absoluut het woord bij de parallele queer-route die je kon volgen via QR-codes bij sommige werken. Bij elk afgebeeld dier werd onvermoeibaar verteld dat er ook homosexuele relaties in de dierenwereld voorkomen. Dr Crow inzetten om het onderscheid tussen raaf en kraai, man en vrouw vloeibaar te maken… Ted Noten zal er zelf ook van hebben opgekeken. Queer ecology verdient andere voorbeelden! Ik ben benieuwd of de kunstwerken bij ‘How Dare You Make Me Feel This Way’ wat minder voor karretjes worden gespannen.

  3. Helaas vind ik dit ook gelden voor bijvoorbeeld ‘het museum van de Geest’ in Haarlem; ik liet vorig jaar een review achter op hun website, die werd vaak bekeken.
    Alleen de naamsverandering al, voorheen : ” Het Dolhuys”.
    Die naam vond ik zeer toepasselijk en prachtig, geeft weer wat het lang was.
    (Maar veel musea veranderden hun namen, hoewel die naam al heel lang een ingesleten begrip was geworden).
    Veel van de historie van het Dolhuys en de getuigenissen daarvan zijn tijdens de verbouwing verdwenen (en het resterende kleine deel is niet meer open voor publiek).
    Je krijgt nu een audiotour opgedrongen omdat de meeste informatieve bordjes zijn verdwenen.

    Op basis waarvan dat museum het museum van het jaar werd, is mij onduidelijk.

    Maar de expositie van het Haarlems Sieraad Collectief daar, afgelopen november, maakte veel goed voor mij. Zag er prachtig uit, dankzij de leden.
    En het terras bij dat museum cafe blijft een heerlijke, rustige plek.

    Lous Martin

Geef een reactie