Harrie Teulings: van de kerk naar de kroeg

Leerlingen Mattheas en Marcus Goldsteen in het atelier van Harrie Teulings, circa 1983. Foto met dank aan René van Tol©

Door René van Tol

Harrie Teulings (1911-1995), meesterzilversmid te ’s-Hertogenbosch: van de kerk naar de kroeg
Den Bosch heeft een lange geschiedenis met goud- en zilversmeden. De eerste goudsmid, Johannes Boomer, zat al in 1235 in de stad en zo begon een lange traditie van ambacht die aan het begin van de twintigste eeuw een hoogtepunt beleefde. De boeren in de Meijerij krabbelden uit de armoe omhoog en wilden dat graag laten zien. Vooral op zondag in de kerk natuurlijk.

Bedrijven als Gieliam & de Leeuw, Ghijsbers, Van Grinsven en een hele reeks van andere werkplaatsen maakten een enorme hoeveelheid hele fijne en lichte sieraden. Het goud was duur en de arbeid goedkoop. Op maandagmiddag kwamen de Bossche goudsmeden gepikt en gesteven bijeen in Café de Unie aan het kanaal in hun beste kleren en met dure petten en hoeden. Daar liepen, laat in de middag, de fabrieksarbeiders na een dag zwoegen langs op weg naar huis. Ze moeten afgunstig naar de goudsmeden hebben gekeken die erbij zaten alsof ze daar persoonlijk door God waren neergezet. Goudsmeden in Den Bosch stonden bekend als “Den arbeiders met den hooghen hoed”. Goudsmeden werkten even lange uren als de rest van de arbeiders en hadden de reputatie om niet te klagen over extra gewerkte uren.

In deze wereld van de tweede Industriële Revolutie schreef Henry Teulings (1882-1975) zich in 1906 in als zelfstandig goudsmid en opende zijn eerste winkel op het Hinthamereinde. Zijn werk bestond hoofdzakelijk uit het maken van filigrain streeksieraden, maar ook uit rozenkransen voor de katholieken die het grootste gedeelte van de Bossche bevolking uitmaakten. In de stad stonden daarom veel kerken, een schitterende kathedraal en het paleis van de bisschop was om de hoek.

Zijn zoon Harrie Teulings, geboren in 1911, kwam als leerling in de zaak van zijn vader. Harrie zag al snel in dat er met rozenkransen geen droog brood te verdienen viel en ook de streeksieraden vonden steeds minder aftrek. Harrie besloot om de dingen wat groter aan te pakken en wilde monstransen, kelken, of desnoods hele altaren maken. Harrie melde zich aan om priester te worden en ging het vak leren in het klooster van de Benedictijnen in Vaals.

Harrie Teulings heeft zichzelf in de praktijk een hoop geleerd, maar is ook naar Duitsland gegaan om zich verder te bekwamen in het ciseleren en het drijfwerk. Dat was iets dat bij zijn ambities noodzakelijk was. “Van een ander leren” en kennisoverdracht is bij een ambacht als goud- en zilversmeden cruciaal.

Om opdrachten te krijgen was een uitgebreid netwerk van kloosters, kerken, abdijen met een bonte collectie van monniken, Benedictijnen, Capucijners en Redemptoristen nodig. De katholieke kerk werd de grootste opdrachtgever van Harrie Teulings.

In het begin was er nog veel werk dat gemaakt mocht worden in zilver. Godslampen, miskelken, monstransen en een heel scala aan gebruiksvoorwerpen die een bisschop, een pastoor of een missionaris nodig had om zijn werk goed te kunnen doen. De katholieke kerk was een rijke kerk en niet bang van een beetje glans en uitbundigheid.

In de tijd dat we met ons allen op school zilverpapier spaarden voor de missionarissen was Harrie Teulings druk bezig met het maken van koffers en kisten met daarin alle hulpstukken die een missionaris nodig kon hebben bij het zendelingswerk in verre afgelegen oorden. Tientallen van deze reisbenodigdheden heeft hij geproduceerd.

De katholieke kerk veranderde langzaam. Zoiets gaat nooit snel. De opdrachten namen af in aantal en ook de vraag naar hoogwaardige kwaliteit werd minder. Steeds meer werd er met messing en koper gewerkt. Omdat die toch nog wel verzilverd of verguld moesten worden ontwikkelde Harrie zelf galvanobaden met allerlei gevaarlijke chemicaliën, zoals cyanide.

Dit was helemaal in de traditie van de oude goud- en zilversmeden die vuurgulden met in kwik opgelost goud. Dat heeft toch aardig wat goudsmeden een wat kortere carrière bezorgd. Ook Harrie kreeg op latere leeftijd problemen met zijn gezondheid.

Uiteindelijk waren de kerkelijke opdrachten niet meer genoeg voor een fatsoenlijke boterham, ook niet samen met het werk en de opdrachten van de vele Gildes die in Brabant waren. Harrie Teulings heeft veel gildewerk gedaan. Koningsvogels, schildjes en veel andere objecten die traditioneel thuishoorden bij een gilde. En ook dat arbeidsintensieve werk leverde weinig op.

Er moest dus een zakelijke oplossing worden gevonden in de jaren 70 van de vorige eeuw. Harrie was een Bourgondische Bosschenaar die een kerkelijk netwerk had, maar hij had ook een netwerk opgebouwd in de lokale horeca. Harrie ging de kroeg in en haalde opdrachten binnen zoals het ontwerpen en produceren van messing beslag, barleuningen, messing voetsteunen, flessenrekken en vele andere zaken.

Misschien toch wel opvallend dat Harrie Teulings koos voor het grotere onedele werk en niet een draai maakte naar het goudsmeden en het maken en produceren van sieraden. Maar ja, er moest brood op de plank: een eenvoudig gegeven in het leven van een ambachtsman. Misschien wilde Harrie de concurrentie niet aan met de sieradenindustrie die in die periode nog volop aanwezig was in Den Bosch.

Harrie wilde ook zijn steentje bijdragen aan “het vak” en werd Rijksgecommitteerde bij de Vakschool Schoonhoven. Helaas was hij het totaal niet eens met het niveau van het geleerde op de Vakschool. In die tijd onderging de Vakschool, net zoals het hele ambacht, een verandering van traditioneel technisch (het was ook een MTS) naar vormgeving en design. Harrie vond dat dat ten koste ging van het vakmanschap en schreef een boze brief naar de minister waarin hij zijn ongenoegen uitte. Harrie is niet veel langer dan een half jaar rijksgecommitteerde geweest.

Begin jaren 80 van de vorige eeuw kwam er een jongeman de werkplaats binnenlopen die heel geïnteresseerd was in de werkzaamheden van Harrie. Na lang aandringen van zijn moeder, een volhardende goud- en zilversmid, nam Harrie hem aan als leerling en twee jaar later volgende zijn broer. Dat waren Mattheas en Marcus Goldsteen. Marcus ging naar de opleiding Goud- en Zilversmeden in Schoonhoven en omdat Harrie rijksgecommitteerde was geweest konden de jongens 1987 makkelijk het staatsexamen halen. Harrie Teulings wist wat daarvoor nodig was.

Matteus en Marcus Goldsteen namen in 1990 het bedrijf over van Harrie Teulings. De naam veranderde naar Goldsteen Metal Manufacturing & Design. Dat werd een zeer succesvol internationaal bedrijf en omdat grootvader Teulings zijn zaak in 1907 had ingeschreven werd in 2006 het predikaat Hofeleverancier verleend. Het eenvoudige bedrijf van Harrie Teulings groeide uit tot producent van trapleuningen, railingen, wanddecoraties op voornamelijk enorme jachten van de rijken der aarde en ook Schiphol behoorde tot de klantenkring. Een hele prestatie gezien het bescheiden begin in 1907.

René van Tol, MNGG FIPG, meestergoudsmid

www.vantolenbreet-academie.nl

Bibliografie
Doornbusch, E. (5 november 2021) Overzicht gastcolumns eerste jubileum 2021. hedendaagsesieraden.nl.

Links
• Wikidata

Donaties
Deze website heeft geen commercieel doel en is op persoonlijk initiatief, onafhankelijk en geheel op vrijwillige basis met minimale middelen tot stand gekomen. Wilt u dat steunen met een gift? Dat kan! U kunt uw bijdrage overmaken naar: NL27 TRIO 0781 5140 02 ten name van E. Doornbusch te Amsterdam onder vermelding van hedendaagse sieraden, ook kunt u doneren via paypal.me/hedendaagsesieraden. Giften zullen worden aangewend voor onderhoud en verbetering van de website.

Duurzaam verwijzen naar deze pagina? Gebruik dan deze link: https://hedendaagsesieraden.nl/2022/01/12/harrie-teulings-van-de-kerk-naar-de-kroeg/

Geef een reactie