Pforzheim: Een haat-liefdesverklaring

Manfred Lehmbruck, Reuchlinhaus (Schmuckmuseum), richting entree, 1957-1961. Foto Coert Peter Krabbe, gevel, exterieur
Manfred Lehmbruck, Reuchlinhaus (Schmuckmuseum), richting entree, 1957-1961. Foto met dank aan Coert Peter Krabbe, CC BY 4.0

Door Coert Peter Krabbe

In Duitsland zijn onaantrekkelijke steden eerder regel dan uitzondering. Het ten oosten van Karlsruhe gelegen Pforzheim heeft de twijfelachtige eer tot deze categorie te behoren. Dit was overigens eeuwenlang niet het geval, maar op 23 februari 1945 legde een bombardement het historische centrum vrijwel compleet in de as (en dat niet alleen: een verbijsterend hoog percentage van de bevolking kwam om in de vuurzee). Als we mogen afgaan op boeken, folders en internetpagina’s, is de stad na deze catastrofe op een modernistische en functionalistische wijze herbouwd. Een ‘cité radieuse’, een stralende stad in de geest van het toenmalige modernistische boegbeeld Le Corbusier, treft men hier echter niet aan. Veel straatwanden bestaan uit nogal prozaïsche aannemersarchitectuur: in matte kleuren afgewerkte gevels met slechts een paar uitsparingen voor de vensters. In plaats van een ‘cité radieuse’ lijkt de stad te fungeren als decor voor een film van Rainer Werner Fassbinder.

Monumenten van de wederopbouw
Te midden van al die treurigheid staan echter een paar architectonische parels. De mooiste entree tot de stad is voorbehouden aan treinreizigers. Ze worden bij aankomst verwelkomd door een zorgvuldig ontworpen stationsgebouw uit 1957-1958 van de mij verder onbekende architect Helmuth Conradi. De stationshal is een transparante ruimte, dankzij de toepassing van grote glasvlakken die zijn gevat in ragfijn gedetailleerde kozijnen van messing. De goudkleurige luifel en een kunstwerk in de hal verwijzen naar de status van Pforzheim als ‘Goldstadt’. Al vanaf de achttiende eeuw floreerde hier de productie van juwelen en horloges.

Het gaat in het kader van dit stukje te ver om alle interessante naoorlogse gebouwen te bespreken. Een uitzondering maak ik voor de (vooral van binnen) wonderschone Matthäuskirche (1952-1956) van Egon Eiermann, een van de fakkeldragers van de naoorlogse architectuur in Duitsland. Voor de -in de buitenwijk Arlinger gelegen- kerk ontwierp hij een constructie van beton. De wanden zijn doorzeefd met kleine openingen waarin kleurrijk glas is geplaatst. Het zorgt voor een betoverend effect. Deze schepping is te zien als een vingeroefening voor de Gedächtniskirche in Berlijn, die Eiermann ontwierp aan de Kurfürstendamm te midden van de ruïnes van de in de oorlog verwoeste voorganger.

Liever kwijt dan rijk: “monumentenzorg” in Pforzheim
Wie denkt dat in Pforzheim de weinige gebouwen van waarde worden gekoesterd, komt helaas bedrogen uit. In het hart van de stad stond het Industriehaus uit 1925-1926, behorend tot de handvol gebouwen die het bombardement had overleefd. Ondanks de monumentenstatus werd het in 2003 afgebroken en vervangen door een bedroevend slechte replica. In het gebouw en de aanpalende nieuwbouw, waarvoor een fraai jaren vijftig gebouw moest wijken, zijn verscheidene (sieraden)winkels en horeca ondergebracht. Tevens biedt het plaats aan een ‘Erlebniswelt’ (in Nederland spreken we van een ‘experience’). Het complex, dat de naam Schmuckwelten draagt, lijkt me echter -met uitzondering van een enkele galerie- niet of nauwelijks interessant voor lezers van deze website. Het is eerder bedoeld voor liefhebbers van de producten van Swarovski of Lucardi.

Een interessant ensemble was het kantoor en de fabriek van C. Hafner, gespecialiseerd in de verwerking van edelmetalen. Het gold als ‘erhaltenswertes Objekt’, maar is in 2015 met de grond gelijk gemaakt. Waarom was dat in vredesnaam nodig? Dit complex, dat zorgvuldig was gedetailleerd en van belang voor de geschiedenis van de ‘Goldstadt’, kon toch ook worden getransformeerd?

Een ander kwalitatief hoogstaand naoorlogs gebouw is het ‘Technisches Rathaus’ (1956-1957), waarin een aantal bouwtechnische diensten van de stad is ondergebracht en dat de status van beschermd monument heeft. Ook dit staat op de nominatie gesloopt te worden, ten gunste van een nieuw te ontwikkelen winkelcentrum. Het vermeende maatschappelijk belang -de behoefte aan het zoveelste ‘shopping center’- wordt geprevaleerd boven het monumentenbelang. Het lijkt in deze stad een terugkerend patroon te zijn dat de bestuurders hun oren laten hangen naar de wensen van projectontwikkelaars. Ik kan het niet nalaten Fassbinder weer van stal te halen. In zijn film Lola, die speelt in een Duits stadje kort na de oorlog, wordt een machtig en succesvol bouwondernemer geen strobreed in de weg gelegd. Fassbinder wekt de suggestie dat in de Bondsrepubliek alles verhandelbaar is. In de film worden de nieuwbouwplannen beklonken in het plaatselijke bordeel; liefde is ook te koop in Fassbinders provinciestadje.

Het Reuchlinhaus, een creatie van Manfred Lehmbruck
Het architectuurhistorisch hoogtepunt van Pforzheim is voor mij het Reuchlinhaus uit 1957-1961, waarin het Schmuckmuseum is ondergebracht. Het gebouw is vernoemd naar de filosoof en humanist Johannes Reuchlin (1455-1522), de grootste beroemdheid die de stad heeft voortgebracht. Ook dit heeft de monumentenstatus, maar dat zegt dus niet zo veel. Toch kan ik me, ondanks het zojuist geschetste beeld van een falend monumenten- en welstandsbeleid, niet voorstellen dat in de toekomst het museum moet plaatsmaken voor bijvoorbeeld een subtropisch zwemparadijs, een skatepark of een parkeergarage. Dat heeft te maken met het feit dat Duitsers zuinig zijn op hun musea. Dat zal in Pforzheim, naar ik hoop en aanneem, niet anders zijn.

Het Reuchlinhaus was kort na de oorlog opgezet als cultureel centrum van de gehavende stad. Het stadsbestuur schreef in 1953 een prijsvraag uit. Winnaar was Manfred Lehmbruck (1913-1992), de relatief onbekende zoon van de beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck. De architect heeft een bescheiden maar kwalitatief hoogstaand oeuvre op zijn naam staan. Hiertoe behoort het naar zijn vader vernoemde museum in Duisburg, dat onlangs met zorg en piëteit is gerestaureerd.

Een cultureel verzamelgebouw
Lehmbruck ontwierp voor Pforzheim een vrijstaand gebouw in het stadspark aan de rand van het centrum. In de oorspronkelijke opzet vervulde het meerdere functies die in aparte bouwdelen waren ondergebracht, zoals een bibliotheek, een sieradenmuseum, een heemkundig museum en een kunsthal van de plaatselijke ‘Kunstverein’. De verschillende paviljoens zijn bereikbaar vanuit een centrale hal (‘Foyer’). Deze spil van het gebouw bevat een trap die lijkt te zweven en naar het souterrain leidt (dat plaats biedt aan een aula en extra tentoonstellingsruimten voor sieraden en eigentijdse kunst).

Wat het gebouw bijzonder maakt, is de afleesbaarheid van de afzonderlijke functies. Een veelgehoorde kritiek op het modernistische idioom is zijn volstrekte inwisselbaarheid, ongeacht de bestemming van het gebouw. Voor het Reuchlinhaus gaat dit echter niet op. De kunsthal, bedoeld voor het exposeren van eigentijdse kunst, is een transparante ruimte dankzij de glaswanden en de staalconstructie die à la Mies van der Rohe aan de buitenzijde is geplaatst. De tentoonstellingshal onderscheidt zich hiermee van de overige bouwdelen, die zijn uitgevoerd in een constructie van gewapend beton. In de gevels van de langgerekte vleugel, waarin oorspronkelijk de bibliotheek was ondergebracht, is deze in het zicht gelaten. De gevels worden geleed door dragers en liggers waartussen grote glaspartijen zijn geplaatst. De betonconstructie van het vroegere heemkundig museum is daarentegen aan het zicht onttrokken door een gevelbekleding bestaande uit ruwe platen van rode zandsteen die in deze streek wordt gewonnen. Het uiterlijk van dit deel van het gebouw was dus welbewust afgestemd op de functie ervan. Hetzelfde geldt voor het sieradenmuseum dat in de oorspronkelijke opzet was ondergebracht in een blokvormig volume. Ook hier is de constructie aan de buitenzijde bekleed, in dit geval deels met ondoorzichtig glas en deels met abstracte reliëfs van aluminium. De kunstwerken, die iets weg hebben van een maanlandschap met kraters, zijn ontworpen door Adolf Buchleiter. Deze kunstenaar gaf les aan de plaatselijke Kunst- und Werkschule, waar onder meer sieraadontwerpers werden opgeleid (tegenwoordig Hochschule fur Gestaltung, Wirtschaft und Technik). Het paviljoen is in feite een uitvergrote, eigentijds vormgegeven sieradendoos die de bezoeker nieuwsgierig maakt naar de inhoud ervan. De kunstwerken van Buchleiter riepen bij oplevering weinig enthousiasme op bij de plaatselijke bevolking, maar waren programmatisch voor de koers van het museum: het openstaan voor vernieuwende tendensen in de internationale sieradenwereld.

Mooiste sieradenmuseum ter wereld
Vanaf 1993 onderging het Reuchlinhaus een renovatie met als doel meer ruimte voor de sieradencollectie te creëren. De bibliotheek en de heemkundige collectie verlieten het gebouw; alleen de (flexibel in te delen) tentoonstellingsruimte van de ‘Kunstverein’ is tot op de dag van vandaag nog als zodanig in gebruik. De oorspronkelijke opzet van een cultureel verzamelgebouw is weliswaar verloren gegaan, daar staat tegenover dat de sieradencollectie extra veel ruimte heeft gekregen. Bovendien is de herinrichting fijnzinnig en smaakvol gedaan met respect voor Lehmbrucks architectuur. Verantwoordelijk hiervoor was het bureau van interieurarchitect Hans-Günter Merz (HG Merz), in nauwe samenwerking met monumentenzorg.

Het bouwdeel dat altijd al bestemd was voor de juwelencollectie, de ‘sieradendoos’, biedt thans een historisch overzicht van sieraden (en horloges) van de oudheid tot de late negentiende eeuw. Bij de renovatie is de inrichting aangepast, mede uit veiligheidsoogpunt. De oorspronkelijke wijze van presenteren met prachtige door Lehmbruck ontworpen aan het plafond bevestigde vitrines, die zorgen voor een zwevend effect, is nog steeds te ervaren in het souterrain, waarin de geschiedenis van de sieradenindustrie in Pforzheim wordt getoond. Het paviljoen dat de heemkundige collectie bevatte, biedt tegenwoordig plaats aan de collectie Herion die bestaat uit sieraden uit onder meer Oceanië, Afrika en Zuid-Amerika. Het grootste bouwvolume, de vroegere bibliotheek, bevat een grote en hoge ruimte waarin de sieraden uit de periode van 1900 tot heden worden getoond. Daarnaast biedt het plaats aan een langgerekte zaal voor tijdelijke tentoonstellingen en een museumcafé (smaakvol ingericht, goede taart, maar een abominabele bediening die je eigenlijk alleen in Amsterdam verwacht; de uitbater geeft overigens jaar in jaar uit het slechte voorbeeld).

Voor liefhebbers van hedendaagse sieraden is de voormalige bibliotheek van het museum de plek om te zijn (sterker nog: om heel vaak te zijn). Hier is een exquise collectie te zien, resultaat van een decennialang, met smaak en kennis uitgevoerd verzamelbeleid. In de door HG Merz ontworpen vitrines is veel werk van Nederlandse naoorlogse ontwerpers tentoongesteld. Afgezien van het onvermijdelijke duo Emmy van Leersum en Gijs Bakker, zijn kunstwerken te zien van Robert Smit (die in Pforzheim is opgeleid en hierdoor voor het museum extra interessant is), Rian de Jong, Paul Derrez, Jan Tempelman en anderen.

Nergens ter wereld -voor zover mijn kennis reikt- wordt het sieraad zo uitputtend en fraai tentoongesteld als in dit museum. Hoewel Lehmbrucks creatie in weinig architectuurhistorische overzichtswerken voorkomt is het, net als de sieradencollectie, van internationaal belang. Alleen al hierom heeft de stad aan de rand van het Zwarte Woud mijn hart gestolen.

Links
• Wikidata

Donaties
Deze website heeft geen commercieel doel en is op persoonlijk initiatief, onafhankelijk en geheel op vrijwillige basis met minimale middelen tot stand gekomen. Wilt u dat steunen met een gift? Dat kan! U kunt uw bijdrage overmaken naar: NL27 TRIO 0781 5140 02 ten name van E. Doornbusch te Amsterdam onder vermelding van hedendaagse sieraden, ook kunt u doneren via paypal.me/hedendaagsesieraden. Giften zullen worden aangewend voor onderhoud en verbetering van de website.

Duurzaam verwijzen naar deze pagina? Gebruik dan deze link: https://hedendaagsesieraden.nl/2021/11/11/pforzheim-een-haat-liefdesverklaring/

1 Comment

Geef een reactie